Bekkeninstabiliteit

Bekkeninstabiliteit is een term die de laatste tijd veel voorkomt. Zo’n 1 tot 9% van de zwangere vrouwen krijgt er mee te maken. Het gaat om pijn in de zone van het bekken en wordt ook wel bekkenpijn of symfysiolyse genoemd. Er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de oorzaak. In Rotterdam worden cursussen gegeven door het Spine and Joint Centrum over de behandeling, waar ook de "hopeloze gevallen" terecht kunnen.

Onder bekkeninstabiliteit in de zwangerschap verstaan we het verschijnsel dat de (normale) vergrote beweeglijkheid van de bekkengewrichten gepaard gaat met pijn en bewegingsbeperking. Het is belangrijk om niet bij elke klacht rond de zwangerschap meteen aan bekkeninstabiliteit te denken. In veel gevallen is er sprake van "gewone rugklachten".

Oorzaak?

In de laatste zes weken van de zwangerschap verslappen de banden in het bekken onder invloed van hormonen. Daardoor is er voor het kind tijdens de uitdrijving meer ruimte. Deze extra soepelheid brengt wat speling in het bekken teweeg. Dit hoeft op zich geen probleem te zijn. Echter als de verweking van het voorste deel van het bekken (de symfyse) te groot is, ontstaat er een verminderde stabiliteit die zich uit in klachten zoals pijn aan de voorzijde van het bekken, liesklachten en rugklachten.

Slappe buikspieren door uitrekking kan een medeoorzaak zijn. Hierdoor ontstaan er problemen in de spierbalans, waardoor krachten op het bekken en heupen niet goed opgevangen worden. Draaibewegingen, lang zitten of staan, traplopen enz. zijn vaak de oorzaak van een toename van de pijn en daardoor verminderde belastbaarheid. Ook vermoeidheid, bijvoorbeeld door een druk leven (baan, huishouding, eventueel kinderen) zorgt voor grote belasting, terwijl het lichaam, metname het bekken, minder aankan.

Wat te doen?

In eerste instantie is het belangrijk dat de zwangere vrouw inzicht heeft in de problematiek, waardoor het voor haar vanzelfsprekend is draaibewegingen te vermijden, niet zwaar te belasten, te variëren in het bewegen en regelmatig te rusten. Een bekkenband kan ook een goede steun geven, maar is een hulpmiddel, evenals krukken bij ernstige klachten.

Tijdens de zwangerschap kan een manueeltherapeut de balans in het bewegen tussen lage rug en bekken verbeteren, waardoor de patiënte beter kan functioneren. Daarnaast is het belangrijk instructie te krijgen hoe de houding verbeterd kan worden. Dit kan door (huiswerk)oefeningen, waarbij bekkenbodem- en buikspieroefeningen het belangrijkst zijn.

Na de bevalling is het verstandig om gedoseerd te rusten en niet meteen zwaar te belasten, omdat het lichaam moet herstellen. In deze periode dient wel geoefend te worden. Als er echter na zes weken nog klachten bestaan is het verstandig de therapie te hervatten. Dan ligt de nadruk van de behandeling op het oefenen, waarbij vooral de coördinatie in en rond het bekken van belang is. Vooral bekkenbodem-, buik-, en rugspieren worden getraind, eerst onbelast, later met behulp van krachtapparatuur.

                                                     W.J.M. Slot