De schouder is een ingewikkeld gewricht, dat een zeer grote lenigheid combineert met een gebrekkige stabiliteit. Zolang alle componenten normaal functioneren kan de schouder perfect bewegen, zonder pijn en in alle richtingen.
De schouder bestaat uit drie botten; het schouderblad, de bovenarm en het sleutelbeen. Het schouderblad heeft een kommetje waar de kop van de bovenarm in beweegt, terwijl het bovenste deel van het schouderblad en het sleutelbeen als het ware het dak vormt waar de kop van de bovenarm onderdoor beweegt.
Een constructie van vier pezen (rotator-cuff) zorgt ervoor dat de kop stevig in de kom wordt gehouden. De spieren die aan die pezen vast zitten zijn in staat bewegingen te maken in het gewricht, zoals de arm heffen en draaien. Tussen het schouderdak en de bovenzijde van de kop bevindt zich een slijmbeurs, die ervoor zorgt dat de glijbeweging van de kop onder het dak soepel verloopt. Aan de buitenzijde van de schouder lopen nog diverse spieren die zorgen voor stabiliteit van het schouderblad en voor de bewegingen die veel kracht kosten van schouder en arm.
Oorzaak?
Impingment betekent wrijving of inklemming.In een normale situatie is er ruim voldoende ruimte tussen de kop en het schouderdak. Bij mensen die veel boven hun hoofd werken (schilders) of sporters (werpsporten, zwemmen) worden de structuren onder het schouderdak zwaar belast. Overbelasting (continu wrijven van de pezen) kan leiden tot verdikking en irritatie van de pezen en de slijmbeurs. Ze raken ontstoken, worden beschadigd en kunnen zelfs afscheuren.
Een ongeval, bijvoorbeeld een val op de schouder kan ook een oorzaak zijn. Daarnaast kunnen verouderingsprocessen ervoor zorgen dat er wat botaangroei onder het schouderdak komt waardoor de ruimte eronder steeds krapper wordt en de irritatie begint.
Een slechte houding kan er ook voor zorgen dat de ruimte tussen kop en dak kleiner wordt. Het schouderblad kiept wat naar voor en de kop wordt als het ware wat opgetrokken.
De bewegingen van de nekwervelkolom zijn vanzelfsprekend van essentieel belang voor het goed functioneren van het schoudergewricht, evenals de gewrichten van de bovenste ribben.
Wat te doen?
Bij ontstekingsverschijnselen zal in eerste instantie gestart worden met ontstekingsremmers, lokaal ijs op de pijnlijke plaats en rust. Heeft dit onvoldoende effect dan kan een verwijzing naar een fysiotherapeut nuttig zijn. Deze kan actieve en passieve oefeningen geven waarbij de nadruk ligt op het ontlasten van de pijnlijke en geïrriteerde structuren, eventueel aangevuld met een apperatieve therapie. Blijkt voornamelijk de slijmbeurs ontstoken te zijn dan kan een cortisone-injectie uitkomst bieden.
Vaak is er een combinatie van oorzaken voor het ontstaan van dit probleem. Meestal is er sprake van een slechte houding, een gebrek aan spierkracht, onvoldoende beweeglijkheid in nek en schoudergewricht en onvoldoende coördinatie. In dat geval kan een manueeltherapeut de beweeglijkheid beïnvloeden en samen met de patiënt een oefenschema opstellen waarin de bewegingspatronen genormaliseerd worden de spieren versterkt, zodat de geïrriteerde structuren kunnen herstellen.
Als na al deze inspanningen de ruimte onder het dak nog steeds te krap blijkt te zijn is er de mogelijkheid van een orthopedische operatie. Er wordt dan aan de onderzijde van het dak wat bot weggenomen, waardoor er meer ruimte voor de pezen gecreëerd wordt.
W.J.M. Slot