Liesklachten is een van de chronische overbelastingsblessures die kan optreden bij lopen. Deze blessure kan veroorzaakt worden door irritatie van de aanhechting van de pees en/of de spiervezels van een van de spieren die het been naar binnen bewegen (de adductoren). Deze spieren hechten aan de binnenonderzijde van het bekken. De pijn kan uitstralen naar de binnenkant van het bovenbeen of naar de buikspieren. In het beginstadium van deze blessure is er slechts sprake van een stijf en/of zeurend gevoel na een zware of langdurige inspanning. Als er geen tegenmaatregelen worden getroffen, zullen er ook pijnklachten optreden aan het begin van een training. Deze pijnklachten verdwijnen in eerste instantie nog na een warming-up, maar na afloop van de training keren ze weer terug.
Als er toch wordt doorgesport, nemen de pijnklachten nog meer toe en zal lopen uiteindelijk niet meer goed mogelijk zijn. Genezing van de blessure zal dan als regel vele maanden gaan duren.
Oorzaak?
Vaak berusten deze klachten op eenzijdige overbelasting, minimale verschillen in beweeglijkheid van heup- en bekkengewrichten, afwijkingen in de lumbale wervelkolom of verschillen in spierlengte van onder andere heup, - bil, - en bovenbeenspieren. Afwijkingen in het heupgewricht gaan overigens ook gepaard met liesklachten. Factoren die bijdragen aan de overbelastingsblessure voor lopers zijn:
- Het niet of niet goed uitvoeren van een warming-up. Hierbij is het uitvoeren van rekoefeningen voor de spiergroep aan de binnenzijde van het bovenbeen belangrijk.
- Het te snel opvoeren van de intensiteit en de omvang van de trainingen.
- ‘Verstappen’ of uitglijden.
Wat te doen?
- Warming-up. Zorg voor een goede doorbloeding door 5-10 minuten rustig in te lopen en losmakende bewegingen te maken. Draag bij koud weer een trainingsbroek.
- Gedoseerde rust, ijsapplicatie gedurende 20 minuten meerdere malen per dag en onbelaste oefeningen.
- Rekoefeningen van de spieren aan de binnenkant van het bovenbeen. Bij het uitvoeren van deze oefeningen moet pijn vermeden worden. De maximale rekstand van de spieren dient, gedurende vele malen per dag, 15-20 seconden te worden volgehouden. Passieve rek blijkt bij spier- en spieraanhechtingsblessures de beste methode te zijn voor een goed herstel.
Blijkt deze zelfhulp onvoldoende resultaat op te leveren, dan kan de fysiotherapeut door middel van massagehandgrepen en specifieke rekoefeningen de spieren ontspannen. Daarnaast kan door middel van manuele therapietechnieken van heup, bekken en lage rug de balans in het lichaam verbeterd worden, waardoor de belasting in de lies verminderd wordt.
De hersteltraining kan bij deze blessures veel tijd in beslag nemen en daarbij is aandacht voor (loop)techniek, schoeisel en begeleiding onontbeerlijk.
W.J.M. Slot