Neerplastiek van de schouder

Als vervolg op het artikel van twee weken geleden over impingmentproblematiek nu een beschrijving van de operatie als oplossing voor deze schouderklachten. Door een slijtageproces, overbelasting, of een ongeval kunnen peesletsels ontstaan op plaatsen waar druk en wrijving ontstaat tussen pees en bot. Vooral bij de schoudertop.

De operatie volgt wanneer alle huisarts- en fysiotherapeutische interventies onvoldoende hebben geholpen.

Indien na specialistisch onderzoek, aangevuld door röntgenfoto’s, een NMR van de schouder en eventueel een foto met contrastvloeistof, gebleken is dat ruimtegebrek onder het schouderdak de oorzaak is van de inklemmingsproblematiek van de pezen in de schouder (de cuff), dan kan de orthopedisch chirurg besluiten tot een operatie (een Neerplastiek).

De operatie.

De operatie kan op twee manieren worden uitgevoerd. De eerste manier is door middel van een scopie, waarbij door twee kleine gaatjes een camera en heel fijne instrumenten worden ingebracht. Daardoor treedt er amper littekenvorming op.

De tweede manier is door middel van een grotere opening. Dat is noodzakelijk wanneer er ook nog een deel van de cuff gerepareerd moet worden. Dit vereist een snede van ongeveer vier centimeter.

In eerste instantie zal de chirurg de ruimte tussen de kop van de bovenarm en het schouderblad/sleutelbeencomplex vergroten zodat de pezen en de slijmbeurzen vrij komen te liggen. Hierbij worden botdelen weggefreesd aan de onderzijde van het schouderdak. Daarnaast kan tijdens de scopie het gehele kapsel aan de binnenzijde geïnspecteerd worden en kan de chirurg zien of de spieren en pezen kalk bevatten en die schoonmaken, de ontstoken slijmbeurs verwijderen en verdere kalkophopingen opruimen.

De nabehandeling.

Na de operatie krijgt u van verpleging een sling of collar‘n cuff aangemeten, waarin u de arm kan laten rusten. Het gevoel in de arm is meestal binnen vierentwintig uur weer terug.

Een dag na de operatie gaat u al weer onder begeleiding van een fysiotherapeut uw schouder trainen. Daarna drie maal per dag oefenen; uitzonderingen worden door de fysiotherapeut uitgelegd. Moe worden is geen probleem, forceer echter niets en blijf binnen de pijngrens.

De sling op geleide van de pijn steeds minder gebruiken. Slaap de eerste zes weken met een kussen onder de arm, daarna mag u weer op de schouder gaan liggen.

In de revalidatiefase is het belangrijk dat het gewricht langzaam weer de volledige bewegingsomvang terug krijgt. Om dat te bereiken zal de fysiotherapeut/manueeltherapeut soms de beweging begeleiden of zelfs helemaal overnemen. Dit kan noodzakelijk zijn omdat het schoudergewricht neigt tot beperken, zeker in bewegingen boven de negentig graden.

Het spreekt vanzelf, dat na een cuff-repair (hechten van kapotte pezen) de revalidatie daaraan aangepast moet worden. Naast het herstellen van de beweeglijkheid, kan de functie van de schouder alleen maar normaliseren als er ook voldoende aandacht aan de stabiliteit wordt besteed, waarbij het versterken van de spieren van het schouderblad essentieel is.

Ook de houdingscoördinatie met de correctie ‘schouders laag’ verdient aandacht. Zo kan de revalidatieperiode drie tot zes maanden duren. Hervatten van werk (afhankelijk wat voor werk) en eventuele sportbeoefening kan in overleg met de orthopeed of fysiotherapeut plaats vinden.

                                                                 W.J.M. Slot